Karl Popper is een invloedrijke wetenschapsfilosoof van de twintigste eeuw die met zijn methode van falsifieerbaarheid een nieuw criterium voor wetenschap bedacht. Daarnaast staat hij bekend om zijn kritiek op het ’totalitarisme’ in De open samenleving en haar vijanden (1945).

De paradox van intolerantie

In zijn klassieker De Open Samenleving en Haar Vijanden beschreef Karl Popper een “paradox van de tolerantie”. Hij publiceerde het boek in 1945 als een waarschuwing gericht aan democratische (of “open”) samenlevingen, die net geconfronteerd waren met het totalitaire systeem van het fascisme en nu het totalitaire Sovjet-systeem naast zich zagen staan. De paradox van de tolerantie formuleerde hij zo:

“Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs jegens hen die zelf intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intolerante medemens, dan zal de tolerante mens te gronde gaan, en met hem de tolerantie.”

Geherformuleerd: wanneer we als democratische samenleving geconfronteerd worden met intolerantie - en dat uit zich bij voorbeeld in het afwijzen van rationele argumenten ten voordele van doctrinaire slogans of verbaal en ander geweld - dan heeft die democratische samenleving het recht, zelfs de plicht, om zich daar tegenover intolerant op te stellen. Doet ze dat niet, dan is ze tot de ondergang gedoemd. Tolerantie is tegelijk een van de mooiste en meest waardevolle eigenschappen van een open samenleving, en de achilleshiel ervan - hier is de paradox. Het onderscheid tussen tolerante tegenstrevers en intolerante moet dan ook te allen tijde gemaakt en bewaakt worden.