Leerdoelen:
- Het informatieverwerkingsmodel van het brein beschrijven en hoe het toepasbaar is op zintuigelijk, korte- en lange termijn geheugen, en op “snel” en “langzaam” denken.
- Uitleggen hoe het brein ons in staat stelt om onze aandacht te focussen op belangrijke stimuli.
- Beschrijven hoe het werkgeheugen functioneert.
- Uitvoerende functies definiëren en hun neurologische basis identificeren.
- Expliciet en impliciet geheugen onderscheiden.
- Samenvatten hoe herinneringen worden gecodeerd en behouden.
- Het proces van lange termijn herinneringen terughalen uiteenzetten.
Inleiding
Geheugen nemen we voor lief. We zijn ons bewuster van iets vergeten dan van ons iets herinneren. Dat is best opvallend, want we gebruiken ons geheugen overal voor. Je zou kunnen zeggen dat geheugen ons brein is.
Dit hoofdstuk gaat over de innerlijke veranderingen die plaatsvinden bij herinneren. Het gaat over verschillende soorten van leren en van geheugen, en focust op het zelfbewuste menselijke verstand. Ook komt aandacht (attention) in dit hoofdstuk aan bod. Aandacht is hier een synoniem van Bewustzijn.
Het hoofdstuk begint met een generiek model van informatieverwerking als raamwerk voor communiceren over het menselijk verstand. Vervolgens behandelt het punten als aandacht, werkgeheugen, uitvoerende functies, geheugen als kennis, en de totstandkoming en aanroeping van lange termijn herinneringen. Ook de neurale processen hiervan worden onderzocht.
9.1 Overview: An Information-Processing Model of the Mind
Overzicht: Het informatieverwerkingsmodel van het brein.
Er zijn twee aannames van informatieverwerking door het brein:
- Een individu heeft beperkte mentale energie, opslag en tijd om aan informatieverwerking te besteden.
- Informatie beweegt zich door verschillende Geheugenopslagplaatsen:
- Sensorisch: Informatie die geen aandacht krijgt is snel weer weg.
- Korte termijn: Wat aandacht krijgt wordt opgeslagen, maar is snel weer weg zonder herhaling.
- Lange termijn: Wordt eerst gecodeerd, opgeslagen, en teruggehaald als het wordt aangeroepen. Delen kunnen over tijd verdwijnen.
Sensory Memory: The Brief Prolongation of Sensory Experience
Zintuiglijk geheugen: De korte verlenging van sensorische ervaringen
Zintuiglijk geheugen bestaat voor elk sensorisch systeem (zien, horen, voelen, ruiken en proeven). De theorie is dat sensorisch geheugen bestaat om de tijd te geven door mentale processen geanalyseerd te worden. Alleen wat de aandacht krijgt wordt geanalyseerd en omgezet naar werkgeheugen, het volgende station.
The Short-Term Store: Conscious Perception and Thought
De korte-termijn opslag: Bewuste Perceptie en Denken
Informatie die de aandacht krijgt beweegt naar het volgende station; de Korte-Termijn Opslag (Short Term Store). Dit wordt soms ook het werkgeheugen genoemd. Alle bewuste gedachtes, gevoelens, vergelijkingen, berekeningen en beredeneringen vinden hier plaats. Informatie kan zowel vanuit het sensorisch geheugen als het lange termijn geheugen naar het korte termijn geheugen bewegen, net als hoe een computer dit doet.
Long-Term Memory: The Mind’s Library of Information
Lange termijn geheugen: De Bibliotheek van Informatie van het Brein
Vanuit de Korte-Termijn Opslag kan informatie worden gecodeerd in het Lange Termijn geheugen (Long-Term Memory). Dit is de bewaarde representatie van alles wat iemand weet. Je bent je pas bewust van deze bewaarde informatie zodra het wordt aangeroepen door het korte-termijn geheugen.
Control Processes: The Mind’s Information Transportation Systems
Controle Processen: De Informatie Transport Systemen van het Brein
Informatie beweegt door deze drie stations via de volgende drie controle processen:
- Aandacht (Attention): Het proces dat de informatie van sensorisch geheugen naar het kortetermijngeheugen reguleert. De hoeveelheid informatie vanuit sensorisch geheugen is veel groter dan het kortetermijngeheugen aankan. Aandacht ‘selecteert’ daarom de informatie die door kan naar het korte-termijn geheugen.
- Coderen (Encoding): Het proces dat informatie van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen beweegt. Dit kan door het bewust leren van een gedicht of boodschappenlijstje (herhaling) of onbewust door het lezen van een stuk tekst met een hoge interesse voor het onderwerp.
- Ophalen (Retrieval): Ophalen van informatie kan zowel bewust als onbewust. De hoeveelheid informatie die opgehaald kan worden is afhankelijk van hoeveel energie specifieke herinneringen kosten om opgehaald te worden; dit wordt gemeten aan de hand van de hoeveelheid glucose die het brein gebruikt om de herinnering op te halen.
Individuele mentale handelingen kunnen op een spectrum worden gezet van inspannende processen (effortful processes) aan de ene kant en automatische processen (automatic processes) aan de andere kant.
Kenmerken van inspannende processen:
- Zijn beschikbaar voor het bewustzijn
- Beïnvloeden de uitvoering van andere processen
- Verbeteren met oefening
- Worden beïnvloed door individuele verschillen in intelligentie, motivatie en opleiding.
Kenmerken van automatische processen:
- Vinden zonder intentie en onbewust plaats
- Hebben geen invloed op de uitvoering van andere processen
- Verbeteren niet met oefening
- Worden niet beïnvloed door individuele verschillen in intelligentie, motivatie en opleiding.
“Fast” and “Slow” Thinking: Dual-Processing Theories of Cognition
“Snel” en “Langzaam” Denken: Cognitietheorieën van Duale Verwerking
Veel psychologen stellen dat er twee manieren zijn voor mensen om problemen op te lossen. Deze duale verwerkingstheorieën (dual-processing theories) plaatsen vaak de ene manier van denken aan de ‘inspannende processen’ kant en de andere manier aan de ‘automatische processen’ kant. De cognitieve psycholoog Daniel Kahneman noemt het ‘Snel’ en ‘Langzaam’ denken. De som 2+2 oplossen is ‘snel’ denken. Het verkeerde antwoord geven kost meer tijd dan het goede antwoord geven. De som 14x39 oplossen vraagt om een nauwkeurig gestructureerde manier van denken, dit is ‘langzaam’ denken.
Het Stroop interference effect laat zien dat ‘snel’ denken niet uitgezet kan worden en zelfs kan interfereren met het vinden van de juiste oplossing via ‘langzaam’ denken.
9.2 Attention: The Portal to Consciousness
Aandacht: De Poort naar Bewustzijn
Ons aandachtssysteem heeft twee tegenstrijdige behoeftes:
- Mentale focus op de taak voor handen zonder afgeleid te worden.
- Het monitoren van alternatieve stimuli en onze aandacht daarnaartoe zetten zodra er relevante input komt (het signaleren van bedreigingen bijvoorbeeld).
Een model om te verklaren hoe het brein om gaat met deze twee behoeftes stelt dat er een poort is tussen sensorisch geheugen en kortetermijngeheugen. Alle sensorische informatie wordt in het sensorisch geheugen geanalyseerd en gefilterd op wat relevant is. Deze analyse heet pre-attentieve verwerking (preattentive processing) De relevante informatie wordt doorgegeven naar het kortetermijngeheugen. Het kortetermijngeheugen beïnvloedt weer waar precies op wordt geanalyseerd en gefilterd.
The Ability to Focus Attention and Ignore the Irrelevant
De vaardigheid om aandacht te kunnen focussen en het irrelevante te kunnen negeren
Selectief luisteren
Uit onderzoek waarbij proefpersonen twee berichten door elkaar hoorden en één van de twee berichten direct moesten herhalen (message shadowing) blijkt dat men dit goed kan mits er verschillen zijn tussen de stemmen van de twee berichten (toonhoogte, andere locatie, etc.)
Selectief kijken
Mensen zijn in staat om binnen hun blikveld hun aandacht te verdelen. Hierdoor registreren we niet alles wat er in ons blikveld gebeurd. Dit heet inattentional blindness.
The Ability to Shift Attention to Significant Stimuli
De vaardigheid om aandacht te verplaatsen naar significante stimuli
Aandacht verplaatsen naar betekenisvol Auditief Sensorisch Geheugen
Auditief Sensorisch geheugen wordt echoïsch geheugen(Echoic Memory) genoemd. Het korte spoor van auditief sensorisch geheugen heet de echo. Deze vervaagd in korte tijd en is na 8 tot 10 seconden verdwenen.
Aandacht verplaatsen naar betekenisvol Visueel Sensorisch Geheugen
Visueel Sensorisch geheugen wordt iconisch geheugen(Iconic Memory) genoemd. Het korte spoor van visueel sensorisch geheugen heet het icoon. Dit spoor blijft ongeveer een derde van een seconde hangen.
Onbewuste Automatische Verwerking van Stimulus Input
Een tekortkoming van het informatie-verwerkingsmodel is dat het niet laat zien hoe sensorische informatie die geen aandacht krijgt toch invloed heeft op gedrag en bewuste gedachtes. Dit kan onder andere verklaard woorden door Priming.
Handelingen kunnen automatisch worden, zoals het signaleren van gevaar tijdens het autorijden. Dit kost eerst veel moeite, maar gaat later automatisch. Dit is ook het geval bij lezen. Lezen is niet alleen automatisch, maar kan ook onvermijdelijk zijn, zoals bij het Stroop interference effect. Dit betekent echter niet dat wat we lezen we ook altijd registreren en begrijpen.
Hersenmechanismen van pre-attentieve verwerking en aandacht
Uit onderzoek naar het gedrag van de hersenen bij pre-attentieve verwerking blijken kunnen drie algemene conclusies worden getrokken:
- Stimuli die geen aandacht krijgen activeren alsnog sensorische en perceptuele gebieden van het brein.
- Aandacht versterkt de hersenactiviteit die taak-relevante stimuli produceren en verzwakt de hersenactiviteit die taal-irrelevante stimuli produceren.
- Neurale mechanismen in de voorste gebieden van de cortex zijn verantwoordelijk voor het aansturen van aandacht.
9.3 Working Memory: The Active, Conscious Mind
Werkgeheugen: Het Actieve, Bewuste Brein
Het Baddeley model van werkgeheugen is het meest invloedrijke model, en bevat een aantal componenten:
- Een fonologische lus (Phonological Loop)
- Een visuospatieel schetsblok (Visuospatial Sketchpad)
- Een centrale uitvoerder (Central Executive)
Verbaal Werkgeheugen: De Fonologische Lus
Het gedeelte van het werkgeheugen wat verbale informatie op korte termijn onthoudt door het te herhalen heet de Fonologische lus. Een goede analogie voor de beperkende factoren van de Fonologische Lus is het hooghouden van jongleerborden:
- Hoe meer borden je gebruikt hoe moeilijker het is om ze allemaaal draaiende te houden
- Hoe groter de borden (lengte van woorden) hoe langer het duurt om ze te draaien
- Als er een andere taak tegelijkertijd gedaan moet worden neemt het aantal borden wat tegelijkertijd hooggehouden kan worden af.
Werkgeheugen spanne
De werkgeheugen spanne is ongeveer twee items minder dan de normale geheugenspanne omdat er bij werkgeheugen meerdere processen nodig zijn en deze processen blijkbaar ook ‘opslagruimte’ innemen.
9.4 Executive Functions
Uitvoerende Functies
Werkgeheugen wordt niet als geïsoleerd proces gezien maar als deel van een executieve functie (Executive functions). Executieve functies bestaan uit 3 onderdelen:
- Werkgeheugen: Het updaten en opschonen van werkgeheugen
- Switching: Het wisselen tussen taken en mindsets
- Inhibition: Een cognitieve- of gedragsreactie tegenhouden.
Vier algemene conclusies over Uitvoerende Functies
- Vaardigheid in de drie onderdelen correleert met elkaar. Ben je goed in één van de drie dan ben je waarschijnlijk ook goed in de anderen.
- Er is een groot erfelijk component
- Uitvoerende Functies zijn goede voorspellers voor klinische en maatschappelijke resultaten
- Het niveau van de vaardigheden blijft stabiel
9.5 Memory as the Representation of Knowledge
Geheugen als Representatie van Kennis
Expliciet en Impliciet geheugen
Geheugen (Memory) wordt onderverdeeld in 2 soorten:
- Expliciet geheugen (Explicit Memory): Gedachten, herinneringen aan specifieke gebeurtenissen, probleemoplossend redeneren, plannen, etc.
- Impliciet geheugen (Implicit Memory): Wat niet verbaal kan worden geuit. Fietsen kun je bijvoorbeeld niet echt uitleggen via woorden, maar alleen via demonstratie.
Deze kunnen verder worden onderverdeeld in subklassen:
- Expliciet geheugen
- Episodisch geheugen (Episodic Memory)
- Semantisch geheugen (Semantic Memory)
- Impliciet geheugen
- Klassieke Conditionering effecten (Classical Conditioning effects)
- Procedureel geheugen (Procedural memory)
- Priming
Netwerk-georiënteerde modellen van het organiseren van herinneringen
Veel cognitieve psychologen hanteren een model van herinneringen vanuit associaties. Je zoekt specifieke herinneringen door te denken aan dingen die gerelateerd zijn aan de herinnering. Uit de experimenten van Allan Collins en Elizabeth Loftus blijkt dat woorden sneller worden herkend als ze voorafgaan aan een gerelateerd woord (‘Appel’ woord sneller herkend als het voorafgaat aan ‘Peer’ dan aan ‘Bus’).
Moderne theorieën stellen dat herinneringen voor concepten zijn opgeslagen in overlappende neurale circuits in de cerebrale cortex. Hoe meer overlap, hoe meer ze met elkaar worden geassocieerd. Activeren van het ene circuit activeert dus automatisch neuronen in het andere.
Neuropsychologisch bewijs voor gescheiden geheugensystemen
H.M., een epilepsie-patiënt, onderging een operatie waarbij een gedeelte van zijn temporaalkwab en hippocampus aan beide zijden van zijn hersenen zijn weggehaald. Na deze operatie leed hij aan temporaalkwab-amnesie(Temporal-Lobe Amnesia). Hij had al zijn langetermijngeheugen nog, maar kon geen nieuwe herinneringen aanmaken. Dit was echter alleen het geval bij expliciet geheugen, het impliciet geheugen werkte nog wel goed. Ondanks dat hij zich de oefeningen niet kon herinneren, kon hij wel beter worden in bepaalde vaardigheden.
Het je niet kunnen herinneren van gebeurtenissen uit je vroege kindertijd heet infantiele amnesie(Infantile Amnesia). Kinderen onder de 4 jaar en ouderen hebben over het algemeen een zwakker episodisch geheugen dan semantisch geheugen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met onderontwikkeling en schade aan de prefrontale cortex.
9.6 Memory as the Process of Remembering
Geheugen als Proces van Herinneren
Cognitieve psychologen maken onderscheid tussen twee soorten van ‘herhalen’:
- Onderhoudsherhaling (Maintenance Rehearsal)
- Coderend herhalen (Encoding Rehearsal)
Hoe dieper we over iets nadenken, hoe waarschijnlijker dat we het onthouden. Diep nadenken is meer dan alleen herhaling; het is het vastknopen van informatie aan een bestaande structuur van informatie. Dit heet Elaboratie(Elaboration) of Elaboratieve herhaling(Elaborative Rehearsal).
Uit onderzoek blijkt dat informatie die wordt gekoppeld aan betekenis het best wordt gecodeerd naar het langetermijngeheugen.
Naast het koppelen aan betekenis stimuleren de volgende methodes ook codering:
- Organiseren, bijvoorbeeld in een hiërarchie.
- Groeperen(Chunking)
- Visualisatie: het vertalen van informatie naar een afbeelding. Het onthouden van een reeks items kun je bijvoorbeeld doen door de reeks te zien als een wandeling, en elk item te zien als een object waar je langs loopt.
Schade aan de Hippocampus kan leiden tot twee soorten amnesie:
- Anterograde amnesie(Anterograde amnesia) is verlies van vermogen om nieuwe herinneringen te vormen na letsel
- Retrograde amnesie (Retrograde amnesia) is verlies van herinneringen van voor het letsel
Lange termijn herinneringen zijn in het begin nog labiel en afhankelijk van de hippocampus. Vervolgens worden ze gradueel over tijd opnieuw gecodeerd tot stabiele vorm of vergeten. Het opnieuw coderen naar een stabiele vorm heet Consolidatie(Consolidation).
9.7 Retrieving Information From Long-Term Memory
Informatie Terughalen uit het Lange Termijn Geheugen
Herinneringen bevinden zich in het langetermijngeheugen in netwerken van associaties(Associations). Wordt een herinnering geactiveerd, dan worden andere nabijgelegen herinneringen ook tijdelijk geactiveerd. Een stimulus die een specifieke herinnering triggert heet een ophaalcue(Retrieval Cue).
Aristoteles bedacht twee associatiemodellen voor hoe herinneringen gestructureerd zijn:
- Associatie door nabijheid(Association by contiguity): ‘servet’ staat bij ‘bord’ vanwege contextuele overeenkomst.
- Associatie door gelijkenis(Association by similarity): ‘roos’ staat bij ‘aardbei’ want allebei rood.
Geheugenconstructie als bron van vervorming
Een herinnering is geen klip en klaar opgeslagen stukje informatie, maar meer een constructie op basis van algemene kennis en intuïties van de wereld en cues in de huidige omgeving.
Herinneren is ook niet alleen het terughalen van opgeslagen informatie. De opgeslagen informatie is verre van compleet en wordt verder ingevuld door logica, kennis en redenatie.
De Britse psycholoog Frederick Bartlett gebruikte de termen schema en scripts voor deze geconstrueerde herinneringen:
- Een Schema is een mentale representatie of concept van objecten, scenes en gebeurtenissen. Dit zijn concepten die variëren van cultuur tot cultuur. Bijvoorbeeld een woonkamer.
- Een Script is een schema van gebeurtenissen die elkaar opvolgen in tijd, zoals bijvoorbeeld een kinderfeestje. Dit bestaat altijd uit het uitblazen van kaarsjes, cadeautjes uitpakken en het zingen van verjaardagsliedjes. Hij stelde dat we meer de schema’s en scripts herinneren dan specifieke gebeurtenissen. Vaak herinneren we ons een woonkamer meer als een ‘standaard’ woonkamer dan het in werkelijkheid was. De gaten vullen we in vanuit de schema’s.
Toekomstig geheugen en mentaal tijdreizen
Herinneringen met betrekking tot de toekomst heet het prospectief geheugen(Prospective Memory). Bijvoorbeeld het herinneren dat je vandaag nog iets moet doen. Prospectief geheugen is een vorm van episodisch geheugen en bevat drie fases:
- Het vormen van een intentie
- Het vasthouden van de intentie
- Een wissel van de huidige taak naar het uitvoeren van de intentie.
Begrippen
Anterograde amnesie
Anterograde Amnesia
Verlies, als gevolg van hersenletsel, van het vermogen om nieuwe langetermijnherinneringen te vormen voor gebeurtenissen die plaatsvinden na het letsel.
Associatie
Associations
Met betrekking tot de geest, een verband tussen twee herinneringen of mentale concepten, zodanig dat het oproepen van de ene herinnering de herinnering aan de andere bevordert.
Associatie door nabijheid
Association By Contiguity
Aristoteles’ principe stelt dat als twee gebeurtenissen uit de omgeving (prikkels) tegelijkertijd of direct na elkaar plaatsvinden (aaneengesloten), deze gebeurtenissen in de geest met elkaar verbonden zullen worden.
Associatie door gelijkenis
Association By Similarity
Aristoteles’ principe stelt dat objecten, gebeurtenissen of ideeën die op elkaar lijken, in de geest van de persoon met elkaar verbonden (geassocieerd) raken zodat de gedachte aan het ene de gedachte aan het andere oproept.
Aandacht
Attention
Het proces dat de informatiestroom van het sensorisch geheugen naar het werkgeheugen regelt. Het focussen van mentale activiteit langs een specifiek pad, ongeacht of dat pad puur bestaat uit innerlijke herinneringen en kennis of gebaseerd is op externe stimuli.
Automatische processen
Automatic Processes
Cognitieve processen die geen mentale moeite kosten om uitgevoerd te worden.
Centrale uitvoerder
Central Executive
Volgens Baddeley’s theorie is een onderdeel van de geest verantwoordelijk voor het coördineren van alle activiteiten van het werkgeheugen en voor het binnenbrengen van nieuwe informatie in het werkgeheugen.
Groeperen
Chunking
Een strategie om het vermogen om een reeks items te onthouden te verbeteren door ze mentaal te groeperen, zodat er minder items overblijven.
Klassieke conditionering effecten
Classical Conditioning Effects
De herinneringen die voortkomen uit klassieke conditionering – de interne veranderingen die ertoe leiden dat een persoon of dier reageert op geconditioneerde stimuli.
Bewustzijn
Consciousness
Het ervaren van waarnemingen of andere mentale gebeurtenissen op een manier dat men erover aan anderen kan rapporteren.
Consolidatie
Consolidation
Het proces waarbij een nieuwe herinnering in de hersenen wordt verankerd, zodat deze niet gemakkelijk wordt vergeten.
Controleprocessen
Control Processes
De mentale processen die werken op informatie in de geheugenopslag en informatie van de ene opslag naar de andere verplaatsen.
Duale verwerkingstheorieën
Dual-Processing Theories
Cognitieve theorieën stellen dat mensen over het algemeen op twee manieren informatie verwerken. Typisch gaan dergelijke theorieën ervan uit dat de ene vorm van denken zich aan de automatische kant van het informatieverwerkingscontinuüm bevindt, waarbij de verwerking snel, automatisch en onbewust is, en dat de tweede manier van denken zich aan de inspannende kant van dit continuüm bevindt, waarbij de verwerking langzaam, inspannend en bewust is.
Echoïsch geheugen
Echoic Memory
Sensorisch geheugen van het zintuig ‘gehoor’.
Inspannende processen
Effortful Processes
Cognitieve processen die ruimte innemen van de gelimiteerde capaciteit van het informatie-verwerkingssysteem.
Elaboratie
Elaboration
Het proces waarbij men over een stukje informatie nadenkt op een manier die het mentaal koppelt aan andere informatie in het geheugen, wat helpt om het stukje informatie in het langetermijngeheugen op te slaan. Ook Elaboratieve Herhaling genoemd.
Coderen
Encoding
Het mentale proces waarbij lange-termijn herinneringen worden gevormd.
Coderend herhalen
Encoding Rehearsal
Elk actief mentaal proces waarbij een persoon ernaar streeft informatie in het langetermijngeheugen op te slaan.
Episodisch geheugen
Episodic Memory
Expliciete herinnering aan gebeurtenissen (episodes) uit het eigen leven.
Executieve functies
Executive Functions
De processen die betrokken zijn bij het reguleren van de aandacht en bij het bepalen wat te doen met informatie die zojuist is verzameld of uit het langetermijngeheugen is opgehaald.
Expliciet geheugen
Explicit Memory
De categorie geheugen die bewust kan worden opgeroepen en gebruikt om expliciete vragen te beantwoorden over wat men weet of zich herinnert.
Iconisch geheugen
Iconic Memory
Sensorisch geheugen voor het zintuig ‘zien’.
Impliciet geheugen
Implicit Memory
Een herinnering die iemands gedrag of gedachten beïnvloedt, maar zelf niet tot het bewustzijn doordringt.
Infantiele amnesie
Infantile Amnesia
Het onvermogen om gebeurtenissen uit de babytijd en vroege kindertijd te herinneren.
Langetermijngeheugen
Long-Term Memory
Informatie die voor langere periode wordt bewaard in het brein.
Onderhoudsherhaling
Maintenance Rehearsal
Elk actief mentaal proces waarbij een persoon ernaar streeft informatie gedurende een bepaalde tijd in het kortetermijngeheugen vast te houden.
Geheugen
Memory
- Het vermogen van de geest om informatie gedurende langere tijd vast te houden.
- Informatie die gedurende langere tijd in de geest wordt vastgehouden.
Geheugenopslagplaatsen
Memory Stores
In de cognitieve psychologie zijn dit hypothetische constructen die worden opgevat als plaatsen waar informatie in het brein wordt opgeslagen.
Fonologische lus
Phonological Loop
Tekst.
Pre-attentieve verwerking
Preattentive Processing
De analyse, op een onbewust niveau, waarbij de geest bepaalt welke prikkels het waard zijn om in het werkgeheugen te worden opgeslagen.
Priming
Priming
Het impliciete geheugenproces waarbij een stimulus (de primingstimulus) één of meer herinneringen activeert (gemakkelijker oproepbaar maakt) die al in het geheugen van een persoon aanwezig zijn.
Procedureel geheugen
Procedural Memory
De vorm van impliciet geheugen die een persoon in staat stelt specifieke aangeleerde vaardigheden of automatische reacties uit te voeren.
Prospectief geheugen
Prospective Memory
Herinneren om iets in de toekomst te doen.
Ophalen
Retrieval
Het mentale proces waarbij lange-termijn herinneringen in het werkgeheugen worden gebracht, waar ze onderdeel worden van de flow van gedachten.
Ophaalcue
Retrieval Cue
Een woord, zin of andere prikkel die iemand helpt om een specifiek stukje informatie uit het langetermijngeheugen op te halen.
Retrograde amnesie
Retrograde Amnesia
Verlies, als gevolg van hersenletsel, van langetermijnherinneringen die vóór het letsel waren gevormd.
Schema
Schema
De mentale representatie van een concept; de informatie die is opgeslagen in het langetermijngeheugen en die een persoon in staat stelt een groep verschillende gebeurtenissen of objecten te identificeren als behorend tot dezelfde categorie.
Scripts
Scripts
Een soort schema dat in het geheugen de temporele organisatie van een categorie gebeurtenissen weergeeft (zoals de volgorde van gebeurtenissen op een typisch verjaardagsfeest).
Semantisch geheugen
Semantic Memory
Het semantisch geheugen is iemands opslagplaats van expliciete algemene kennis, dat wil zeggen kennis die in woorden kan worden uitgedrukt en niet mentaal is gekoppeld aan specifieke ervaringen in iemands eigen leven. Semantisch geheugen omvat, maar is niet beperkt tot, iemands kennis van woordbetekenissen.
Zintuiglijk geheugen
Sensory Memory
Het korte spoor van de originele informatie in sensorisch geheugen. Dit is minder dan een seconde bij beeld en tot 3 seconden voor geluid. De ervaring alsof de originele stimulus nog steeds wordt ervaren.
Geheugenspanne
Short-Term Memory Span
Het aantal uitspreekbare informatie-items (zoals losse, willekeurig gekozen cijfers) dat een persoon op een bepaald moment in het kortetermijngeheugen (werkgeheugen) kan vasthouden.
Korte-termijnonslag
Short-Term Store
Geheugenopslagplaats die een gelimiteerde hoeveelheid informatie voor slechts een aantal seconden kan vasthouden. Cognitieve handelingen worden uitgevoerd in de korte-termijn opslag en informatie kan hier eindeloos worden bewaard door middel van handelingen zoals herhaling.
Stroop-interferentie-effect
Stroop Interference Effect
Vernoemd naar J. Ridley Stroop, het effect waarbij een gedrukt kleurnaam (zoals het woord rood) het vermogen van een persoon om de kleur van de inkt waarin het woord is gedrukt te benoemen verstoort, als de kleur van de inkt niet dezelfde is als de kleur die door het woord wordt genoemd.
Temporaalkwab-amnesie
Temporal-Lobe Amnesia
Het verlies van geheugenvermogen dat optreedt als gevolg van schade aan structuren in het limbisch systeem die zich onder de temporale kwab van de hersenschors bevinden.
Visuospatieel schetsblok
Visuospatial Sketchpad
Volgens Baddeley’s theorie is een onderdeel van het werkgeheugen verantwoordelijk voor het vasthouden van visuele en ruimtelijke informatie.
Werkgeheugen
Working Memory
Het geheugen, dat wordt beschouwd als de belangrijkste werkplek van de geest. Het is onder andere de zetel van bewust denken en redeneren.
