Leerdoelen:
- De fysieke veranderingen die plaatsvinden voor de geboorte en tijdens de puberteit samenvatten.
- Beschrijven hoe baby’s hun omgeving verkennen en basale fysieke principes leren.
- Piaget’s theorie, Vygotsky’s theorie, en het informatie-verwerkingsmodel van cognitieve ontwikkeling kunnen definiëren en onderscheiden.
- ‘Theory of mind’ uitleggen en hoe dit toepasbaar is op typische ontwikkeling van jonge kinderen en individuen met autisme.
- De karakteristieken van taal identificeren en beschrijven hoe baby’s en kinderen taal leren.
- Theorieën van het aanleren van een taal uitleggen en voordelen en nadelen van tweetaligheid benoemen.
11.1 Physical Development
Fysieke ontwikkeling
Prenatale ontwikkeling
Een zwangerschap bestaat uit drie fasen:
- Zygotische fase (Zygotic Phase): eerste 2 weken
- Embryonische fase (Embryonic Phase): 3-8 weken
- Foetale fase (Fetal Phase): 8-38 weken
Embryo’s en foetussen zijn vatbaar voor schadelijke externe invloeden, deze heten Teratogenen (Teratogens). Vaak zijn dit stoffen die door de navelstreng gaan zoals drugs, medicijnen, alcohol en tabak. Ook ziektes als AIDS, mazelen en herpes, en omgevingsvervuilers als lood, kwik en nicotine.
Fysieke ontwikkeling: Puberteit en Adolescentie
Niet alle lichaamssystemen groeien even snel. Zo is het lymfestelsel relatief groot in de kindertijd en neemt het later geleidelijk af doordat het immuunsysteem rijpt. Rond de puberteit(Puberty) zorgen hormonen zoals oestrogeen en testosteron voor grote veranderingen in groei, lichaamsbouw en ontwikkeling richting volwassenheid.
De leeftijd waarop vrouwen hun eerste menstruatie ervaren is de afgelopen tijd afgenomen van 16-17 in 1850 naar 12.5 in 1960. Dit wordt over het algemeen toegewezen aan betere voeding, en het is nog steeds zo dat vrouwen met overgewicht eerder hun eerste menstruatie ervaren. De afgelopen 50 jaar is het nauwelijks verandert. Ook borstvorming en andere aspecten van puberteit zijn versneld de afgelopen decennia, vaak ook gelinkt aan obesitas.
11.2 Hoe baby’s over hun omgeving leren.
De baby als Ontdekker
Het gedrag van baby’s laat zien dat ze actief ontdekken en onthouden wat ze hebben gezien:
- Baby’s kijken langer naar nieuwe stimuli dan naar herhaalde stimuli. Dit onderschrijft de stimulatie om nieuwe dingen te leren.
Baby’s laten ook zien dat ze gemotiveerd zijn om controle te hebben over hun omgeving en emotioneel investeren in het vasthouden van deze controle:
- Baby’s lachen meer als een speeltje reageert op hun bewegingen dan als deze gemotoriseerd aangestuurd is.
- 4-maanden oude baby’s leerden snel specifieke acties om een lampje aan te krijgen, maar stopten hiermee zodra ze dit goed onder de knie hadden. Toen er een nieuwe specifieke actie nodig was raakten ze weer geïnteresseerd om het te leren.
- Zodra baby’s de controle verloren over een manier om een video van Sesamstraat te starten, toonden ze boosheid en verdriet. Zelfs als de video vervolgens voor hun werd aangezet. Het verlies van controle en niet van het eindresultaat was de oorzaak van deze negatieve emoties.
De eerste 3-4 maanden stoppen baby’s alles in hun mond, waarschijnlijk om de fysieke eigenschappen van objecten te verkennen. Baby’s stoppen dingen in hun mond omdat de mond in de eerste maanden het best ontwikkelde en meest informatieve zintuig is. Het komt deels door onderontwikkeld zicht, maar vooral door beperkte handcontrole en de manier waarop baby’s in de sensomotorische fase leren.
Na 6 maanden kunnen baby’s de ogen van iemand volgen en kijken naar waar een ander naar kijkt. Ze zijn geïnteresseerd in wat anderen interessant vinden. Als er vervolgens benoemd wordt waar de baby naar kijkt stimuleert dit ook de taalontwikkeling.
Tegelijkertijd ontwikkelen baby’s ook de eigenschap om anderen te zien als individuen met zelfbeschikking met hun eigen doelen. Vervolgens wijst een baby naar dingen waar de volwassene niet naar aan het kijken is om de aandacht ernaartoe te leiden. Dit heet gedeelde aandacht(Shared Attention).
Op het moment dat baby’s kunnen kruipen en lopen gaan ze Sociaal Refereren(Social Referencing): Ze gebruiken gezichtsuitdrukkingen van hun verzorger om te bepalen of een actie gevaarlijk is of niet.
De Kennis van Fundamentele Natuurkundige Principes
Baby’s kijken langer naar nieuwe objecten dan naar bekende objecten, maar ook langer naar onverwachte gebeurtenissen dan naar verwachte gebeurtenissen.
11.3 Drie Theorieën van de Mentale Ontwikkeling van Kinderen
Jean Piaget: De Rol van de Eigen Acties van het Kind in Mentale Groei
Jean Piaget was geïnteresseerd in hoe het vermogen om objectief te kunnen redeneren bij volwassenen ontstaat vanuit de meer primitieve vaardigheden van kinderen.
Zijn fundamentele idee was dat mentale ontwikkeling voortkomt vanuit het acteren van het kind naar de fysieke omgeving. Volgens hem zijn kinderen door spelen en ontdekken continu bezig met het ontcijferen wat ze allemaal kunnen doen met verschillende objecten die in de wereld bestaan.
Hiermee creëeren kinderen mentale representaties die hij schema’s(Schemes) noemde: Een mentale representatie van een lichamelijke beweging of iets wat iemand met een object of categorie van objecten kan doen.
Kinderen ontwikkelen deze schema’s volgens hem door twee complementaire processen:
- Assimilatie (Assimilation): Nieuwe ervaringen worden opgenomen in bestaande schema’s.
- Accommodatie(Accommodation): Schema’s rekken en vervormen om nieuwe objecten of ervaringen toe te laten.
Piaget postuleerde dat kinderen het meest op zoek zijn naar ervaringen die geassimileerd kunnen worden in bestaande schema’s, maar alleen als accommodatie noodzakelijk is. Hierdoor groeien ze maximaal van de nieuwe ervaringen. Assimilatie moet dus niet te makkelijk passen in de bestaande schema’s.
Volgens Piaget zijn, naarmate kinderen de babytijd ontgroeien, de soorten handelingen die het meest bevorderlijk zijn voor hun mentale ontwikkeling operaties(Operations). Dit zijn handelingen die door een andere actie ongedaan kunnen worden gemaakt. Bijvoorbeeld klei in een bepaalde vorm kneden of een lamp aanzetten met een schakelaar. Dit leren ze door langzaam operationele schema’s te ontwikkelen; leren dat sommige acties een tegenovergestelde tegenreactie hebben.
Vier typen Schema’s
- Sensorimotor | Tot 2 jaar oud Intelligentie is gelimiteerd tot eigen acties t.o.v. de omgeving. Cognitie bouwt op vanuit reflexen. De meest primitieve schema’s; Sensorimotorische schema’s(Sensorimotor Schemes).
- Pre-operaties | 2-7 jaar oud Intelligentie niet meer afhankelijk van zintuiglijke ervaringen maar ze kunnen gebruik maken van mentale symbolen zoals woorden, beelden, gebaren en fantasie om dingen te begrijpen die niet fysiek aanwezig zijn. Personen op foto’s bijvoorbeeld. Gedachten zijn nog intuïtief en egocentrisch, perspectief van anderen is nog moeilijk te zien. Preoperationele schema’s (Preoperational Schemes). Het inzicht dat iets symbolisch voor iets anders kan staan heet Representationeel Inzicht(Representational Insight).
- Concrete operaties | 7-11 jaar oud Intelligentie is symbolisch en logisch. Gedachten zijn minder egocentrisch. Denken is nog afhankelijk van eerdere ervaringen; abstract denken is er nog niet. Concreet-operationele schema’s(Concrete-operational Schemes).
- Formele logica | 11-16 jaar Denken is voornamelijk vanuit logica en abstract, en niet meer afhankelijk van eerdere ervaringen. Mogelijkheden gaan boven de werkelijkheid. Introspectie over eigen gedachtes. Formeel-operationele schema’s(Formal-Operational Schemes)
Lev Vygotsky: De Rol van de Socioculturele Omgeving in Mentale Groei
Vygotsky was het met Piaget eens dat voornamelijk actieve interactie met de omgeving ontwikkeling stimuleert, maar verschilde van mening over het type omgeving. Piaget benadrukte de fysieke omgeving, Vygotsky de sociale omgeving. Hij was er van overtuigd dat ontwikkeling voortkomt uit het internaliseren van symbolen, kennis, ideeën en manieren van redeneren die voortkomt uit de ontwikkeling van cultuur.
Vygotsky geloofde dat kinderen leren te denken door middel van verschillende gereedschappen die hun cultuur hen aanbiedt, zoals potloden, boeken, rekenmachines en computers. Dit noemde hij Hulpmiddelen voor intellectuele adaptatie (Tools of Intellectual Adaptation). De Pirahã in Brazilië hebben bijvoorbeeld maar drie woorden voor getallen; 1, 2, en meer dan 2. Zij kunnen op cognitief niveau niet tellen, tenzij ze Portugees leren waar elk getal een woord heeft.
Ontwikkeling komt volgens Vygotsky eerst vanuit groepsverband en daarna individueel. Kinderen leren een vaardigheid eerst van meer competente kinderen om hen heen voordat ze het zelf kunnen. Dit noemde hij de Zone van Naaste Ontwikkeling(Zone of Proximal Development). Het helpen van kinderen door meer competente kinderen of ouders noemde hij Scaffolding.
Een Informatie-Verwerking Perspectief van Mentale Ontwikkeling
- Kinderen tonen vroeg na de geboorte impliciete langetermijn herinneringen, maar expliciet geheugen komt pas vanaf de capaciteit voor taal.
- Episodisch langetermijn geheugen is afhankelijk van de vaardigheid van een kind om persoonlijke ervaringen verbaal te verwerken, wat gebeurt vanaf ongeveer drie jaar oud.
- Executieve functies vergroten tot ongeveer 15 jaar oud.
11.4 Hoe Kinderen de Geest Begrijpen
We wijzen emoties, motieven, gevoelens, verlangens, doelen, percepties en overtuigingen toe aan personen. Dit noemen we Theory of Mind.
Vanaf een zeer jonge leeftijd maakt een kind onderscheid tussen voorwerpen die zichzelf voortbewegen en voorwerpen die dit niet doen. Vanaf 2-3 jaar verklaren ze gedrag van anderen vanuit perceptie, emotie en verlangen.
11.5 De Oorsprong van Taal en de Taalvaardigheden van Jonge Kinderen
Universele Karakteristieken van de Menselijke Taal
- De kleinste stukjes taal die een betekenis hebben heten morfemen(Morphemes).
- De geluiden van klinkers en medeklinkers heten fonemen(Phonemes).
- Grammatica(Grammar) is het pakket van regels binnen een taal.
- Syntax vertelt hoe woorden gecombineerd kunnen worden tot frasen en zinnen.
- Grammatica wordt niet aangeleerd op school (expliciet) maar impliciet.
Hoe Taalontwikkeling Verloopt
- Baby’s begrijpen woorden voordat ze kunnen spreken.
- Soms passen baby’s woorden toe op te brede groepen, zoals alle ronde voorwerpen ‘bal’ noemen. Dit heeft twee mogelijke redenen:
- De meest prominente eigenschap wordt gezien als datgene wat het object definieert. Rond = bal.
- Het kind probeert te zeggen ‘dit object lijkt op dat object wat ik ken’. Dit ronde voorwerp lijkt op een bal.
11.6 Interne en Externe Ondersteuning voor Taalontwikkeling
Noam Chomsky postuleerde dat grammaticale regels fundamenteel zijn voor de menselijke geest. Deze grammaticale regels zijn taalonafhankelijk en gebaseerd op fundamentele principes genaamd een Universele Grammatica(Universal Grammar). Verder gelooft hij dat mensen een aangeboren Taalverwervingsmechanisme (Language-acquisition Device) hebben om de unieke regels van de taal van de desbetreffende cultuur te leren.
Het Taalondersteuningssysteem
Taal kan niet alleen worden uitgevonden, hier is altijd ondersteuning voor nodig. Deze ondersteuning van anderen heet het LASS of Taalondersteuningssysteem(Language-acquisition Support System).
Tweetaligheid
Er zijn twee soorten tweetaligen:
- Simultaan tweetalig: De twee talen worden tegelijkertijd geleerd, zoals bij meertalige ouders
- Sequentieel tweetalig: De tweede taal wordt na de eerste taal geleerd.
Uit hersenscans kunnen we opmaken dat een tweede taal spreken andere hersendelen activeert wanneer deze tweede taal sequentieel is geleerd t.o.v. simultaan.
