Leerdoelen:
- Beschrijven hoe mensen anderen waarnemen en attributies maken over hen.
- Zelfperceptie en attitudes uitleggen en hoe deze ons gedrag beïnvloeden.
- Stereotypes definiëren en manieren noemen waarin deze interpersoonlijk- en groepsgedrag beïnvloeden.
- Effecten noemen van geobserveerd en geëvalueerd worden door anderen.
- Beschrijven hoe voorbeelden, meningen en verzoeken ons gedrag kunnen beïnvloeden.
- Pro-sociaal gedrag vergelijken met agressie en competitie en voorbeelden hiervan noemen.
Sociale Psychologie(Social Psychologie) gaat over hoe we elkaar zien en beïnvloeden.
13.1 Indrukken vormen van anderen
Gedachten zijn niet zichtbaar, maar gedrag wel. Als we iemand zien lachen zien we niet alleen de lach, maar proberen we hier ook een oorzaak en betekenis aan te geven. Zo’n causaal verband noemen we een attributie(Attribution).
Person Bias
In deze attributies wegen we persoonlijkheid vaak veel te zwaar in tegenstelling tot omgevingsfactoren. Dit noemen we de Persoonsbias (Person Bias). Deze attributiefout is zo hardnekkig dat deze later de Fundamentele attributiefout(Fundamental Attribution Error) werd genoemd.
Deze bias komt vooral voor in Westerse culturen. Uit onderzoek blijkt dat in Oost-Aziatische culturen gedrag veel meer wordt gekoppeld aan externe factoren dan aan interne. Dit komt waarschijnlijk omdat in die cultuur een meer holistische blik en afhankelijkheid van elkaar wordt gestimuleerd.
Effecten van gezichtskenmerken op Perceptie van Personen
Mensen die aantrekkelijker zijn worden vaak intelligenter ingeschat. Dit komt waarschijnlijk omdat aantrekkelijkheid wordt gekoppeld aan goede genen, waar vanuit evolutionair oogpunt seksueel op wordt geselecteerd. Een ‘volwassen’ gezicht wordt gekoppeld aan leiderschap en onafhankelijkheid, terwijl een ‘baby-face’ wordt juist weer geassocieerd met onervarenheid en afhankelijk. Uit onderzoek van Alexander Todorov blijkt zelfs dat winnaars van verkiezingen in de VS met 70% zekerheid voorspeld kunnen worden, puur op basis van welke gezichtskenmerken ze hebben.
Indrukken vormen op het Internet
Uit onderzoek blijkt dat mensen die elkaar puur via internet leren kennen (dus niet face-to-face) elkaar hoger waarderen. Als dit werd vervolgd met een face-to-face ontmoeting waardeerden ze elkaar nog hoger, in tegenstelling tot de mensen die elkaar direct fysiek leren kennen. Dit komt waarschijnlijk door een bepaalde mate van anonimiteit op het internet; mensen durven meer van zichzelf bloot te geven. Daarnaast speelt fysieke aantrekkelijkheid minder een rol, en kunnen mensen zich daar bij een uiteindelijke fysieke ontmoeting makkelijker overheen zetten.
13.2 De ‘Ik’ Waarnemen en Evalueren
Zelfconcept
Waar mensen zich enorm aan hechten is hun Zelfconcept(Self-Concept). Dit bevat hoe mensen zichzelf definiëren. Dit ontstaat door anderen te leren kennen die zich vervolgens op een bepaalde manier naar jou toe verhouden.
Soms worden deze verwachtingen en overtuigingen van anderen realiteit omdat iemand deze gedragingen van anderen naar zichzelf voor waarheid aanneemt en zich hiernaar gaat gedragen. Dit noemen we Zelfvervullende voorspellingen(Self-Fulfilling Prophecies) of Pygmalioneffecten(Pygmalion Effects). Pygmalion was een mythische Romeinse beeldhouwer die een beeld maakte van zijn ideale vrouw en deze vervolgens door de goden tot leven liet wekken.
Onderzoek laat dit effect in de realiteit zien; Leerlingen die willekeurig werden gelabeld als ‘spurters’ kregen meer aandacht van leraren waardoor ze later ook daadwerkelijk beter scoorden.
Zelfwaardering
Vanuit het zelfconcept ontwikkel je vervolgens Zelfwaardering(Self-Esteem). Zelfwaardering is in hoeverre je jezelf accepteert, goedkeurt en waardeert.
Mark Leary postuleert dat je zelfwaardering afhankelijke is van externe factoren, en dat het dus een graadmeter is van hoe goed je in de groep ligt. Deze theorie noemde hij de sociometer theorie. Het meest interessante bewijs voor deze theorie is dat feedback op toetsresultaten meer invloed had op zelfwaardering als bekend was dat deze feedback met anderen werd gedeeld.
Onze Zelf-Percepties Ontwikkelen
Kwaliteiten die we aan onszelf koppelen staan altijd in vergelijking tot deze kwaliteit bij anderen. Deze vergelijking noemen we Sociale Vergelijking(Social Comparison). Dit zelfconcept is daardoor direct beïnvloedbaar door de groep waarmee we ons vergelijken, de Referentiegroep(Reference Group).
Als we anderen beoordelen zijn we vatbaar voor de Persoonsbias, als we onszelf beoordelen zijn we vatbaar voor de Zelfdienende attributiebias(Self-Serving Attributional Bias). Dit houdt in dat we een relatief positiever zelfbeeld hebben doordat we succes toewijzen aan interne factoren en mislukkingen aan externe factoren. Ook onthouden we onze successen beter dan onze mislukkingen, en doen we dit niet bij anderen. In Aziatische culturen is dit precies andersom.
Expliciete en Impliciete Attitudes
Een Attitude is een overtuiging of mening waar een waardering is zit. Onze meest centrale attitudes zijn onze waarden, waarmee we hele categorieën aan zaken beoordelen. Attitudes zijn te verdelen in twee soorten:
- Expliciete attitudes(Explicit Attitudes): Bewuste, verbale attitudes
- Impliciete attitudes(Implicit Attitudes): Gemanifesteerd in automatische mentale associaties. Deze kunnen getest worden met een Impliciete Associatietest(Implicit Association Tests) waarbij woorden op hoog tempo worden gekoppeld aan waarderingen. Hierdoor worden onbewuste attitudes zichtbaar. Deze kunnen inconsistent zijn; je kan ‘vlees eten’ bewust negatief beoordelen en het toch onbewust zo lekker vinden dat deze onbewuste attitude wint van de bewuste. Daarna treedt dan vaak het Onvoldoende-rechtvaardigingseffect (Insufficient-Justification Effect) in werking; je past je attitudes aan om Cognitieve Dissonantie op te lossen.
Attitudes als Rationalisatie om Cognitieve Consistentie te bewerkstelligen
Omdat we kunnen redeneren kunnen we onszelf ook voor de gek houden door te denken dat de redenen die we noemen rationeel tot stand zijn gekomen. Een belangrijke theorie die hieraan raakt is de Theorie van Cognitieve Dissonantie (Cognitive Dissonance Theory) van Leon Festinger (1957).
Cognitieve Dissonantie is een naar gevoel dat optreedt als we twee inconsistente overtuigingen, attitudes of stukjes informatie in ons hoofd hebben. Dit lossen we op door onze attitudes aan te passen of een overbrugging te realiseren door een derde item toe te voegen. Zo lossen we de inconsistentie van ‘ik zit graag in de zon’ en ‘in de zon zitten is schadelijk’ op door één van de twee attitudes los te laten of een derde attitude toe te voegen: ‘in de zon zitten is niet schadelijk als ik zonnebrandcrème gebruik’.
Een andere strategie is om dissonante informatie te weigeren.
Als iemand tussen twee dingen twijfelt zal deze persoon na het maken van de keuze zelfverzekerder zijn; na het maken van een keuze is iemand vaak zekerder van de keuze dan daarvoor.
13.3 Onszelf en Anderen Waarnemen als Lid van een Groep
Beschrijvingen van iemand op het individuele niveau noemen we Persoonlijke identiteit(Personal Identity), op sociaal niveau Sociale Identiteit(Social Identity). Leden van groepen waar we niet toe behoren noemen we Out-Groups en groepen waar we zelf toe behoren In-Groups.
Het schema in ons hoofd specifiek voor een bepaalde groep mensen noemen we een Stereotype. Er zijn Expliciete en Impliciete Stereotypen. Expliciete stereotypen zijn bewust, Impliciete stereotypen onbewust. Impliciete stereotypen kunnen gevaarlijk zijn, en zelfs dodelijk. Je kunt je eigen impliciete stereotypen zelf online testen.
13.4 Effecten van Geobserveerd en Geëvalueerd worden
Menselijk gedrag wordt sterk beïnvloed door externe krachten zoals sociale normen. Deze krachten noemen we Sociale druk(Social Pressure). Soms bevordert dit ons gedrag (Social Facilitation), soms hindert dit ons gedrag (Social Interference).
Robert Zajonc kwam met zijn theorie van social facilitation en interference: ‘De aanwezigheid van anderen faciliteert dominante handelingen (Simpele, soort-typische en goedgeleerde handelingen) en interfereert met niet-dominante handelingen (handelingen die bewust processiekracht en aandacht vereisen)‘.
Vastlopen onder druk:
De niet-dominante handelingen van Zajonc zijn handelingen waar veel werkgeheugen voor nodig is. Dit blijkt uit onderzoek van Beilock waarbij leerlingen makkelijke en moeilijke toetsen moesten maken terwijl ze wel en niet werden gefilmd; de leerlingen hadden meer moeite met de moeilijke toetsen toen ze werden gefilmd.
Stereotypedreiging als Oorzaak van Vastlopen
Stereotypedreiging(Stereotype Threat) is de dreiging die mensen die tot een bepaalde groep behoren ervaren waardoor ze slechter presteren als ze getoetst worden op factoren die onderdeel zijn van deze stereotypering.
Deze dreiging is goed te ondervangen door je bewust te zijn dat deze bestaat, dan kun je deze factor los zien van de moeilijkheidsgraad van de opgave.
Impressiemanagement
We zeggen en doen ook dingen in de aanwezigheid van anderen om hun impressie van ons te beïnvloeden, dit noemen we Impressiemanagement(Impression Management).
Hierdoor worden mensen door wetenschappers soms gekarakteriseerd als acteurs die een rol spelen of politici die een zichzelf promoten en hun agenda’s.
13.5 Effecten van de Voorbeelden, Meningen en Verzoeken van Anderen
Mensen delen informatie die anderen kunnen gebruiken om hun gedrag aan te passen. Als iedereen brug A gebruikt in plaats van brug B is er blijkbaar iets wat iedereen weet over brug B waardoor het als nieuwkomer beter is brug A te gebruiken. En tegen je kinderen te vertellen dat je het beste brug A kunt gebruiken. Dit heet Informatieve Invloed (Informational Influence).
Gedrag vanuit het idee dat dit het behoren tot een groep versterkt noemen we Normatieve Invloed(Normative Influence).
Sociale Druk in Groepsdiscussies
Als er binnen een groep twee kampen bestaan die het niet eens zijn met elkaar over een kwestie zijn er, na discussie, twee effecten:
- Als de twee kampen ongeveer gelijk zijn in grootte zie je dat mensen binnen de groep naar elkaar bewegen en minder ‘extreem’ worden aan de linker- of rechterkant.
- Als er een duidelijke meerderheid is aan één kant beweegt deze meerderheid naar de extreme kant van hun mening. Dit noemen we Groepspolarisatie(Group Polarization).
Groepen zijn graag unaniem en kunnen hierom zelfs informatie van experts die alternatieve informatie aanbieden negeren. Dit noemt Irving Janis Groepsdenken(Groupthink). Groepsdenken kan voorkomen worden als leiders van groepen zelf geen positie innemen, maar dit overlaten aan de leden van de groep. Daarnaast helpt het ook als nadrukkelijk is dat de groep een antwoord zoekt op een probleem en geen unanimiteit.
Een aantal principes van meewerking
- Low-ball techniek: De koper stemt in met een prijs, de verkoper zegt vervolgens dat de prijs toch te laag is. De koper is geneigd ook met de hogere prijs in te stemmen omdat het product voor het gevoel al in bezit is.
- Voet-tussen-de-deur techniek: Mensen zijn eerder geneigd ergens mee in te stemmen als ze al met een kleiner iets hebben ingestemd. De gedachte is: “Het heeft me al iets gekost, dus zal ik er wel in geloven.”. Dit verlaagt de drempel om meer te investeren.
Milgram’s Experimenten
De psychologische druk om te gehoorzamen wordt volgens Milgram gestimuleerd door een aantal factoren:
- De norm van gehoorzamen aan legitieme autoriteiten
- De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid ligt bij de begeleider van het experiment
- De begeleider stond naast de proefpersoon, het ‘slachtoffer’ in een andere ruimte
- Het gebrek aan een mogelijkheid tot alternatief gedrag
- De langzame escalatie van de toegedane pijn (foot-in-the-door techniek?)
Kritiek op het experiment is uiteraard de ethisch, maar ook of de resultaten gegeneraliseerd kunnen worden naar andere situaties, zoals de Holocaust.
13.6 Pro-Sociaal Gedrag en het Dilemma van het Sociale Leven
X
